Soorten brandblussers

Een brandblusser voor iedere situatie

Soorten brandblussers

Of een brandblusser aanwezig moet zijn in uw bedrijf wordt bepaald in de Risico-Inventarisatie & -Evaluatie. Daarnaast kan het zijn dat de aanwezigheid van een brandblusser verplicht wordt gesteld vanuit de verzekering.

 

Er zijn verschillende soorten brandblussers, echter zijn niet alle brandblussers geschikt voor iedere situatie. Hieronder ziet u een overzicht van de voor- en nadelen per brandblusser.

Schuimbrandblusser

Verkrijgbaar in: 2, 6 en 9 liter

 

Geschikt voor:
Klasse A (vaste stoffen)
Klasse B (vloeistoffen)

 

Voordelen

  • Blusser veroorzaakt minder nevenschade dan een poederbrandblusser
  • Lange spuitduur
  • Eenvoudige bediening

 

Nadelen

  • Niet vorstbestendig
  • Niet geschikt voor gasbranden

Poederbrandblusser

Verkrijgbaar in: 1, 2, 6, 9 en 12 kg

 

Geschikt voor:
Klasse A (vaste stoffen)
Klasse B (vloeistoffen)
Klasse C (gassen)

 

Voordelen

  • Vorstbestendig
  • Snel effect
  • Vrijwel universeel toepasbaar

 

Nadelen

  • Bluspoeder richt veel nevenschade aan
  • Tast elektrische apparatuur aan

CO2 brandblusser

Verkrijgbaar in: 2 en 5 kg

 

Geschikt voor:
Klasse B (vloeistoffen)
Klasse C (gassen)

 

Voordelen

  • Geen nevenschade
  • Geen agressieve stoffen
  • Verstikt de brand

 

Nadelen

  • Deskundig gebruik noodzakelijk
  • Kan personen en dieren verstikken

Vetbrandblusser

Verkrijgbaar in: 6 liter

 

Geschikt voor:
Klasse A (vaste stoffen)
Klasse F (branden van vetten)

 

Voordelen

  • Direct toepasbaar op een brandende frituurpan
  • Ook toepasbaar op brandklasse A

 

Nadelen

  • Niet geschikt voor gasbranden
  • Niet vorstbestendig
  • Duur in de aanschaf

De brandslanghaspels zijn voorgeschreven in het bouwbesluit en over het algemeen al meegenomen in de bouw of op tekeningen. Men kan er vanuit gaan dat er vanaf 500 m2 haspels geplaatst moeten worden. De haspels moeten zo geplaatst zijn dat ze gezamenlijk alle ruimtes kunnen bereiken.

 

Voor brandblussers was er eerst geen richtlijn en hanteerde men vooral een vuistregel van 1 brandblusser per 200 m2. Ook in de RI&E kon beschreven worden hoeveel er geplaatst moesten worden. Later is er de NEN 4001 gekomen welke mede opgesteld is door het brandweerwezen en de verzekeringsmaatschappijen.

 

Deze richtlijn maakt een onderscheid tussen het soort bedrijven, gebouwen, het gebruik en oppervlakte. Afhankelijk van de gebruiksfunctie kan het dus zijn dat er 1 blusser per 100 m2, 1 per 150 m2 of 1 per 300 m2 geplaatst moet worden.

 

Bij het plaatsen van brandblussers wordt gesproken over een eenheid. Hiermee wordt een poederblusser of een schuimblusser van tenminste 6 kg en 6 liter bedoeld. Een koolzuurblusser wordt niet gezien als een eenheid en zal, indien gewenst, bovenop de sterkte geplaatst moeten worden.

De NEN 4001 geeft ook aan dat de maximale loopafstand tussen brandblussers niet meer dan 20 m mag zijn, de bovenkant van een brandblusser niet hoger mag hangen dan 1 m en dat alle brandblussers gemarkeerd moeten zijn met een pictogram.

Brandblussers en brandslanghaspels dienen periodiek gecontroleerd te worden. Naast de periodieke controle geldt voor sommige apparatuur een aanvulling. Zo dienen slangen van brandslanghaspels een keer in de 5 jaar afgeperst te worden. Voor de droge stijgleidingen geldt dat deze om de 5 jaar in zijn geheel afgeperst moeten worden.

 

Alle apparatuur dient te worden onderhouden zodat de werking wordt gegarandeerd. Tevens dient alles vast gelegd te worden in een logboek d.m.v. een rapportage.

 

Er zijn verschillende richtlijnen en NEN normen die beschrijven hoe het onderhoud moet worden uitgevoerd.
- Brandblussers NEN 2559
- Brandslanghaspels EN 671-3
- Aansluitpunten droge stijgleidingen NEN 1594

Een spraybrandblusser is een brandblusser in de vorm van een gewone spuitbus zoals een bus haarlak. De spraybrandblusser is zeer eenvoudig in gebruik en sprayt met een dunne straal het schuim op de brandhaard.

De spraybrandblusser is voornamelijk geschikt voor de particulieren markt en behoeft geen jaarlijks onderhoud. De houdbaarheid is 3 tot 4 jaar.

De Fire Knock Out (FKO) wordt ook wel een blusbom genoemd, omdat deze ook in het vuur gegooid kan worden. Zodra de tracé (rode draden aan de onderkant) in aanraking komen met vlammen zal de FKO uit elkaar springen waardoor het blusmiddel in de FKO (is schuim) verspreid wordt.

De FKO kan opgehangen worden op plaatsten waar een brand zou kunnen ontstaan zoals een meterkast, wasdrogers etc.

De FKO dient zo dicht mogelijk boven het risico gebied geplaatst te worden, omdat deze pas geactiveerd wordt als de onderkant daadwerkelijk in aanraking komt met de vlammen.

De FKO is ideaal omdat deze automatisch in werking treedt, ook als men er niet bij is. De FKO is met name geschikt in kleine ruimtes.

Er zijn verschillende soorten melders verkrijgbaar. Rookmelders, hitte melders en CO melders (koolmonoxide). Daarbij is onderscheid te maken tussen melders verbonden via een centrale of stand alone melders.

 

Op een brandmeldcentrale kunnen vele melders aangesloten worden, maar ook andere componenten zoals sirenes (slow hoop), automatische deuropeners, deurmagneten en blusinstallaties. Indien een melder rook of hitte detecteert zal er een melding naar de centrale gaan die vervolgens weer een bepaalde voorgeprogrammeerde actie onderneemt, zoals doormelding naar de Brandweer, PAC of andere medewerkers.

Voor de aanleg dient een Programma van Eisen (PvE) opgesteld te worden door een erkend bedrijf.

 

De stand alone melders kunnen gemakkelijk verdeeld worden in de batterij melders en melders aangesloten op 230V. De melders op 230V aangesloten zullen nagenoeg altijd een back-up batterij hebben.

Tegenwoordig bestaan er ook stand alone melders die zowel door een draad of draadloos met elkaar verbonden kunnen worden. Als één melder iets detecteert dan zullen alle melders een alarm afgeven.

 

  • Optische Rookmelder 9V/230V gaat af indien rook door de lens van de melder gaat
  • Hitte melder 9V/230V gaat af bij hoge temperatuur in de melder (keuken)
  • Koolmonoxide melder 9V/230V gaat af indien er een te hoge concentratie CO in lucht zit

 

Rook en hitte stijgen op dus een rookmelder en hitte melder dient men hoog te plaatsen.

Koolmonoxide is zwaarder dan lucht dus een koolmonoxidemelder dient laag te worden geplaatst.

+ Aantal

De brandslanghaspels zijn voorgeschreven in het bouwbesluit en over het algemeen al meegenomen in de bouw of op tekeningen. Men kan er vanuit gaan dat er vanaf 500 m2 haspels geplaatst moeten worden. De haspels moeten zo geplaatst zijn dat ze gezamenlijk alle ruimtes kunnen bereiken.

 

Voor brandblussers was er eerst geen richtlijn en hanteerde men vooral een vuistregel van 1 brandblusser per 200 m2. Ook in de RI&E kon beschreven worden hoeveel er geplaatst moesten worden. Later is er de NEN 4001 gekomen welke mede opgesteld is door het brandweerwezen en de verzekeringsmaatschappijen.

 

Deze richtlijn maakt een onderscheid tussen het soort bedrijven, gebouwen, het gebruik en oppervlakte. Afhankelijk van de gebruiksfunctie kan het dus zijn dat er 1 blusser per 100 m2, 1 per 150 m2 of 1 per 300 m2 geplaatst moet worden.

 

Bij het plaatsen van brandblussers wordt gesproken over een eenheid. Hiermee wordt een poederblusser of een schuimblusser van tenminste 6 kg en 6 liter bedoeld. Een koolzuurblusser wordt niet gezien als een eenheid en zal, indien gewenst, bovenop de sterkte geplaatst moeten worden.

De NEN 4001 geeft ook aan dat de maximale loopafstand tussen brandblussers niet meer dan 20 m mag zijn, de bovenkant van een brandblusser niet hoger mag hangen dan 1 m en dat alle brandblussers gemarkeerd moeten zijn met een pictogram.

+ Onderhoud

Brandblussers en brandslanghaspels dienen periodiek gecontroleerd te worden. Naast de periodieke controle geldt voor sommige apparatuur een aanvulling. Zo dienen slangen van brandslanghaspels een keer in de 5 jaar afgeperst te worden. Voor de droge stijgleidingen geldt dat deze om de 5 jaar in zijn geheel afgeperst moeten worden.

 

Alle apparatuur dient te worden onderhouden zodat de werking wordt gegarandeerd. Tevens dient alles vast gelegd te worden in een logboek d.m.v. een rapportage.

 

Er zijn verschillende richtlijnen en NEN normen die beschrijven hoe het onderhoud moet worden uitgevoerd.
- Brandblussers NEN 2559
- Brandslanghaspels EN 671-3
- Aansluitpunten droge stijgleidingen NEN 1594

+ Spraybrandblusser

Een spraybrandblusser is een brandblusser in de vorm van een gewone spuitbus zoals een bus haarlak. De spraybrandblusser is zeer eenvoudig in gebruik en sprayt met een dunne straal het schuim op de brandhaard.

De spraybrandblusser is voornamelijk geschikt voor de particulieren markt en behoeft geen jaarlijks onderhoud. De houdbaarheid is 3 tot 4 jaar.

+ Fire Knock Out

De Fire Knock Out (FKO) wordt ook wel een blusbom genoemd, omdat deze ook in het vuur gegooid kan worden. Zodra de tracé (rode draden aan de onderkant) in aanraking komen met vlammen zal de FKO uit elkaar springen waardoor het blusmiddel in de FKO (is schuim) verspreid wordt.

De FKO kan opgehangen worden op plaatsten waar een brand zou kunnen ontstaan zoals een meterkast, wasdrogers etc.

De FKO dient zo dicht mogelijk boven het risico gebied geplaatst te worden, omdat deze pas geactiveerd wordt als de onderkant daadwerkelijk in aanraking komt met de vlammen.

De FKO is ideaal omdat deze automatisch in werking treedt, ook als men er niet bij is. De FKO is met name geschikt in kleine ruimtes.

+ Melders

Er zijn verschillende soorten melders verkrijgbaar. Rookmelders, hitte melders en CO melders (koolmonoxide). Daarbij is onderscheid te maken tussen melders verbonden via een centrale of stand alone melders.

 

Op een brandmeldcentrale kunnen vele melders aangesloten worden, maar ook andere componenten zoals sirenes (slow hoop), automatische deuropeners, deurmagneten en blusinstallaties. Indien een melder rook of hitte detecteert zal er een melding naar de centrale gaan die vervolgens weer een bepaalde voorgeprogrammeerde actie onderneemt, zoals doormelding naar de Brandweer, PAC of andere medewerkers.

Voor de aanleg dient een Programma van Eisen (PvE) opgesteld te worden door een erkend bedrijf.

 

De stand alone melders kunnen gemakkelijk verdeeld worden in de batterij melders en melders aangesloten op 230V. De melders op 230V aangesloten zullen nagenoeg altijd een back-up batterij hebben.

Tegenwoordig bestaan er ook stand alone melders die zowel door een draad of draadloos met elkaar verbonden kunnen worden. Als één melder iets detecteert dan zullen alle melders een alarm afgeven.

 

  • Optische Rookmelder 9V/230V gaat af indien rook door de lens van de melder gaat
  • Hitte melder 9V/230V gaat af bij hoge temperatuur in de melder (keuken)
  • Koolmonoxide melder 9V/230V gaat af indien er een te hoge concentratie CO in lucht zit

 

Rook en hitte stijgen op dus een rookmelder en hitte melder dient men hoog te plaatsen.

Koolmonoxide is zwaarder dan lucht dus een koolmonoxidemelder dient laag te worden geplaatst.

Meer informatie?

Heeft u vragen over de aanschaf van een brandblusser of het onderhoud?
Neem contact op met ons Relatieteam voor meer informatie.